ECLI:NL:CRVB:2008:BC5019
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere voorzieningen voor kosten verzorging kind vervolgde
Appellante, gelijkgesteld met een vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, verzocht om bijzondere voorzieningen voor kosten van gezinshulp en babysit ter verzorging van haar in 2004 geboren zoon. Deze kosten werden gemaakt omdat appellante ernstige psychische klachten heeft die verband houden met de vervolging van haar vader, waardoor de opvoeding en verzorging van haar zoon aan haar vader als voogd is toevertrouwd.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat de kosten niet door appellante zelf worden gemaakt maar door haar vader. In beroep stelde appellante dat de kosten wel degelijk verband houden met haar situatie en dat zij zelf niet in staat is de kosten te dragen, waardoor vergoeding gerechtvaardigd zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van artikel 20 van Pro de Wet alleen kosten die ten laste van de vervolgde blijven in aanmerking komen voor vergoeding. Omdat de kosten volledig door de vader worden gedragen, zijn het geen kosten ten laste van de vervolgde. De Raad ziet geen grond om van deze wettelijke regeling af te wijken en verklaart het beroep ongegrond. Tevens worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor bijzondere voorzieningen wordt afgewezen.