ECLI:NL:CRVB:2008:BC5020
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juistheid berekening periodieke WUV-uitkering en zorgvuldigheid bestuursorgaan
Appellante, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV), stelde beroep in tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad over de berekening van haar periodieke uitkering. De berekeningsbeslissing van januari 2006 hield een voorlopige bijstelling in van haar uitkering per december 2005 en januari 2006, waarbij de grondslag eenmalig met 2,88% werd verhoogd en blijvend met 0,17%.
Appellante betwistte aanvankelijk de juistheid van deze berekening, maar trok deze betwisting later in. Zij stelde echter dat het bestuursorgaan onzorgvuldig had gehandeld door haar slechts een verkorte versie van de berekeningsbeslissing toe te sturen, waardoor zij de berekening niet goed kon controleren. De Raad oordeelde dat appellante vrij stond om nadere toelichting te vragen indien de berekening onduidelijk was, maar dat zij dit niet had gedaan en in plaats daarvan bezwaar had gemaakt. In bezwaar was de gewenste duidelijkheid kennelijk alsnog verschaft.
De Raad vond daarom geen aanleiding om het besluit te vernietigen wegens onzorgvuldig handelen. Tevens wees de Raad het beroep ongegrond en wees een verzoek om toepassing van proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 februari 2008.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de berekening van de periodieke WUV-uitkering wordt bevestigd.