ECLI:NL:CRVB:2008:BC5026
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek en gelijkstelling vervolgingsslachtoffer Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant diende een aanvraag in om als vervolgingsslachtoffer te worden erkend en een periodieke uitkering te ontvangen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Na eerdere afwijzing en ongegrondverklaring van beroep, vroeg appellant in 2006 herziening met aanvullende feiten over onderduik en vervolging van zijn vader tijdens de Japanse bezetting. Verweerster wees het verzoek af wegens gebrek aan nieuwe feiten en onvoldoende bewijs van vervolging.
De Raad overwoog dat het verzoek om herziening discretionair is en slechts terughoudend kan worden getoetst. Appellant had geen nieuwe relevante gegevens aangevoerd die aanleiding gaven tot herziening. Ook de weigering om appellant als gelijkgestelde te erkennen werd bevestigd, omdat niet was gebleken dat de omstandigheden van zijn vader voldeden aan de criteria van vervolging met excessief geweld.
De Raad oordeelde dat het onderscheid in toepassing van de Wet geen onrechtmatige discriminatie inhoudt, aangezien de Wet een bijzondere solidariteit beoogt met personen die daadwerkelijk vervolging hebben ondergaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.