Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2008:BC5080

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/2483 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht van €106 niet binnen de gestelde termijn van vier weken was betaald. Appellante maakte in het verzet bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat zij niet in verzuim was geweest vanwege betalingsonmacht.

De Raad overwoog dat appellante geen tijdig verzoek om uitstel van betaling had gedaan en ook geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om bijzondere bijstand aan te vragen voor het griffierecht. Het beroep op onvermogen werd pas in het verzet gedaan, wat te laat was. Er waren geen aanwijzingen dat het verzuim niet aan appellante kon worden toegerekend.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door J.J.A. Kooijman, in aanwezigheid van griffier L. Jörg, op 22 januari 2008.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

07/2483 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 29 maart 2007, 07/136 en 07/545, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Wymbritseradiel
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 25 september 2007 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op 11 december 2007, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 25 september 2007 berust kort samengevat hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van Pro de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 106,-- niet binnen de bij de laatstelijk aangetekend verzonden brief van 7 juni 2007 gestelde termijn van vier weken is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In geding is de vraag of het hoger beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.
In aansluiting op hetgeen in die uitspraak is overwogen, heeft de Raad in het verzetschrift geen aanknopingspunten gevonden die kunnen leiden tot de conclusie dat appellante het verzuim niet kan worden tegengeworpen. Daarbij merkt de Raad op dat appellante eerst in verzet - en dus niet binnen de termijn waarin het griffierecht moest worden voldaan - een beroep op onvermogen heeft gedaan en dat zij evenmin binnen de gestelde termijn om uitstel van betaling heeft verzocht. Tot slot is de Raad niet gebleken dat appellante in verband met de door haar gestelde betalingsonmacht (tijdig) van de mogelijkheid tot het aanvragen van bijzondere bijstand voor de kosten van het griffierecht voor het onderhavige hoger beroep gebruik heeft gemaakt.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman. De beslissing is, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2008.
(get.) J.J.A. Kooijman.
(get.) L. Jörg.
TG