ECLI:NL:CRVB:2008:BC5113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand van januari 1997 tot juli 2005. Naar aanleiding van vermoedens dat appellant als rij-instructeur werkte, vermogen had in de vorm van een strandhuisje en zijn woning onderverhuurde zonder dit te melden, voerde het College een onderzoek uit. Dit leidde tot herziening en intrekking van bijstand over verschillende periodes en terugvordering van €16.917,17.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit onvoldoende was onderbouwd, maar de Raad oordeelde dat het College terecht handelde binnen de wettelijke kaders van de WWB en het bestuursrecht. De Raad vond de onderzoeksbevindingen, waaronder verklaringen van appellant en getuigen, voldoende als grondslag.
De Raad wees het verweer af dat de aan appellant toegekende werkzaamheden niet als inkomsten moesten worden gezien, en bevestigde dat ook de door appellant aan zijn dochter gegeven rijlessen als waardevolle werkzaamheden gelden. De waarde van het strandhuisje werd vastgesteld op €13.800 in april 2002, en appellant slaagde er niet in dit te betwisten met concrete gegevens.
De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van inkomsten en vermogen, en bevestigde het besluit van het College tot herziening, intrekking en terugvordering van bijstand. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.