ECLI:NL:CRVB:2008:BC5188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering en terugvordering voorschotten na zorgvuldige arbeidsongeschiktheidsbeoordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van een WAO-uitkering en de terugvordering van betaalde voorschotten door het UWV. De rechtbank had geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant juist waren weergegeven in de kritische Functionele Mogelijkheden Lijst (kFML). Tevens oordeelde de rechtbank dat er geen dringende redenen waren om af te zien van terugvordering.
In hoger beroep herhaalt appellant zijn stelling dat hij verdergaand beperkt is en niet in staat is arbeid te verrichten. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat de medische en arbeidskundige beoordeling van de arbeidsongeschiktheid juist is uitgevoerd. De Raad wijst erop dat appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd tegen de terugvordering.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit in stand kan blijven en dat er geen gronden zijn voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de terugvordering van voorschotten blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en de terugvordering van voorschotten.