ECLI:NL:CRVB:2008:BC5190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerd verblijf in buitenland
Betrokkene, geboren in 1938, vroeg in augustus 2003 een AOW-pensioen aan. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem een pensioen toe van 4% van het volledige AOW-pensioen vanwege jaren waarin hij niet verzekerd was geweest volgens de AOW, met name door verblijf in het buitenland. Na bezwaar werd dit verhoogd naar 10% omdat bleek dat betrokkene verzekerd was geweest van september 1967 tot april 1972.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat niet was gebleken dat betrokkene na 1972 in Nederland woonde of werkte, en hij ook geen recht had op uitkeringen of pensioenen sinds zijn vertrek. Betrokkene stelde dat hij onrechtmatig door de politie naar Istanbul was verbannen en daardoor recht had op verrekening van verloren jaren.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de bepalingen van de AOW dwingendrechtelijk zijn en dat de aangevoerde stellingen geen grond bieden om daarvan af te wijken. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de korting op het AOW-pensioen bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 96% op het AOW-pensioen wegens niet-verzekerd verblijf in het buitenland.