ECLI:NL:CRVB:2008:BC5324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking terugbetaling onterecht ingehouden ziekenfondspremie tot vijf jaar
Appellante ontvangt sinds november 1993 een AOW-pensioen waarop maandelijks ziekenfondspremie werd ingehouden. In 2005 bleek dat zij al sinds mei 1974 particulier verzekerd was, waardoor de inhouding onterecht was. De Sociale verzekeringsbank (Svb) besloot de inhouding per september 2005 te beëindigen en restitutie toe te kennen met terugwerkende kracht van vijf jaar.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beperking van de restitutieperiode, stellende dat zij niet kon worden geacht de onterechte inhouding eerder te hebben opgemerkt, mede vanwege haar leeftijd. De rechtbank wees het beroep af, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat aanspraken op terugbetaling jegens de overheid na vijf jaar verjaren, uit hoofde van het rechtszekerheidsbeginsel. De Raad acht het appellante duidelijk dat premie werd ingehouden, onder meer door de toekenningsbrief en uitkeringsspecificaties. Daarom is de beperking van restitutie tot vijf jaar gerechtvaardigd.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 21 augustus 2006 wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beperking van terugbetaling van onterecht ingehouden ziekenfondspremie tot vijf jaar.