ECLI:NL:CRVB:2008:BC5391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezamenlijke huishouding en mede-terugvordering bijstand op grond van WWB
Appellante huurde een kamer van [K.], die een bijstandsuitkering ontving. Het College stelde vast dat zij vanaf 24 juli 2004 tot en met 30 november 2004 een gezamenlijke huishouding voerden, mede gebaseerd op de geboorte van een kind uit hun relatie. Het College vorderde mede de bijstandskosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht door [K.].
De rechtbank vernietigde het besluit van het College, maar handhaafde de rechtsgevolgen, en stelde dat appellante en [K.] een gezamenlijke huishouding voerden in de genoemde periode. Appellante voerde aan dat er geen relatie was, slechts een eenmalig contact, en betwistte het onweerlegbare rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding.
De Raad oordeelde dat het begrip relatie in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, WWB, geen nadere eisen stelt en dat de geboorte van een kind in combinatie met het hoofdverblijf in dezelfde woning voldoende is voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding. Het hoger beroep faalde, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante en [K.] een gezamenlijke huishouding voerden en dat het College terecht mede de bijstandskosten terugvordert.