ECLI:NL:CRVB:2008:BC5675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet opgegeven inkomen en vermogen
Appellante ontving bijstand sinds 1999 naast haar AOW-uitkering. Na een anonieme melding over een woning op Curaçao en een uitkering van de Sociale Verzekeringsbank te Curaçao, onderzocht het College de rechtmatigheid van de bijstand. Het College besloot de bijstand over de periode 1999-2003 in te trekken en de kosten terug te vorderen wegens overschrijding van de vermogensgrens en het niet melden van het buitenlandse inkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de woning op Curaçao niet als vermogen kan worden aangemerkt omdat deze deel uitmaakte van een onverdeelde nalatenschap en dus niet verkocht kon worden in de relevante periode. Het College was daarom niet bevoegd de bijstand op grond van vermogen in te trekken.
Wel stond vast dat appellante inkomen uit Curaçao niet had gemeld, waardoor het College bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen, maar niet tot volledige intrekking mocht besluiten. De motivering van het College was ondeugdelijk, waardoor het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd.
De Raad beveelt het College een nieuw besluit te nemen, waarbij het inkomen in mindering wordt gebracht en de terugvordering wordt beperkt tot het te veel betaalde bedrag. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten en wordt appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.