ECLI:NL:CRVB:2008:BC5705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na niet hervatten werk
Appellante was werkzaam als schoonmaakster met een dienstverband van 10 uur per week. Na ziekte en herstelverklaring op 16 februari 2004, weigerde zij het eigen werk te hervatten. De werkgever beëindigde daarop het dienstverband per 24 september 2004. Het UWV weigerde de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, een besluit dat de rechtbank aanvankelijk vernietigde vanwege onvoldoende motivering van de medische beoordeling.
Na een nieuwe medische rapportage waarin werd vastgesteld dat het vitamine B12 tekort geen belemmering vormde voor het werk, handhaafde het UWV de weigering. De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat appellante zich verwijtbaar had gedragen door niet te werken terwijl zij daartoe in staat was.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de weigering van de WW-uitkering. Er is geen medisch bewijs dat appellante op medische gronden niet kon werken. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.