ECLI:NL:CRVB:2008:BC5813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verblijf buitenland langer dan toegestaan
Appellante ontving bijstand sinds 1993 en verbleef van 30 juli tot 4 december 2004 in Jamaica zonder het College hiervan op de hoogte te stellen. Het College trok de bijstand met ingang van 27 augustus 2004 in en vorderde onverschuldigde betalingen terug. De rechtbank vernietigde het besluit van het College maar handhaafde de rechtsgevolgen.
Appellante voerde aan dat zij wegens zwangerschap en ziekte niet eerder kon terugkeren en dat er dringende redenen waren om bijstand te verlenen. De Raad oordeelde dat zij onvoldoende bewijs leverde, zoals medische verklaringen, om dringende redenen aan te tonen. Bovendien was zij tijdens haar verblijf in Jamaica voorzien in primaire levensbehoeften.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen volgens artikel 16 en Pro 58 WWB. Het beleid van het College om terugvordering toe te passen, behalve bij bedragen onder €45 of dringende redenen, werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.