ECLI:NL:CRVB:2008:BC5883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie
Appellant vroeg bijstand aan bij de gemeente Hoogezand-Sappemeer na verhuizing, maar zijn aanvraag werd afgewezen omdat het College niet kon vaststellen of hij recht had op bijstand. Uit onderzoek bleek dat appellant in de periode voorafgaand aan de aanvraag meer uitgaf dan de bijstandsnorm en dat hij geen eenduidige verklaring kon geven voor diverse stortingen en opnames.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de afwijzing ongegrond omdat appellant zijn financiële situatie onvoldoende transparant had gemaakt, waardoor het College niet kon beoordelen of hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld zonder objectieve onderbouwing van de geldstromen.
De Raad benadrukt dat artikel 11 WWB Pro het recht op bijstand regelt voor personen die niet over de noodzakelijke middelen beschikken, maar dat het verkrijgen van inzicht in de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag noodzakelijk kan zijn. De verklaringen van appellant waren onvoldoende eenduidig en konden niet in verband worden gebracht met de overgelegde schuldbekentenissen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie.