ECLI:NL:CRVB:2008:BC5885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Weigering langdurigheidstoeslag wegens verblijf buitenland zonder toestemming niet gegrond
Appellante ontving sinds 1993 bijstand en had in 2004 de langdurigheidstoeslag ontvangen. Voor 2005 werd haar aanvraag afgewezen omdat zij van 27 augustus tot 4 december 2004 zonder toestemming in het buitenland verbleef, waardoor de periode van 60 maanden ononderbroken inkomen onder de bijstandsnorm volgens het College was onderbroken.
De Raad oordeelt dat het College onterecht de langdurigheidstoeslag heeft geweigerd op grond van het verblijf in het buitenland zonder toestemming. Artikel 36 van Pro de WWB en de wetsgeschiedenis laten niet toe dat het recht op toeslag wordt ontzegd vanwege een dergelijk verblijf zonder toestemming, zeker niet als er geen sprake is van inkomen boven de norm.
De Raad vernietigt het besluit van het College en het vonnis van de rechtbank en beveelt dat het College een nieuw besluit neemt op het bezwaar van appellante. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het College om de langdurigheidstoeslag te weigeren wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.