ECLI:NL:CRVB:2008:BC5951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd in hoger beroep
Appellant, werkzaam als verkoper, viel in 2001 uit wegens rug- en visusklachten en ontving vanaf 2002 een WAO-uitkering. Het UWV trok deze uitkering per 1 december 2004 in, waarna appellant bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het medisch onderzoek en de conclusies van het UWV bevestigd, waarbij ook de aanvullende rapportages en een brief van de huisarts onvoldoende aanleiding gaven om het oordeel te wijzigen. De Raad achtte de arbeidskundige beoordeling en de aan appellant voorgehouden functies passend, met een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15%.
De Raad vond dat met de aanvullende rapportages de motivering van het bestreden besluit toereikend was, waarmee het beroep van appellant werd afgewezen. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep, omdat de motivering pas in hoger beroep voldoende was gegeven. Het griffierecht werd eveneens aan appellant vergoed.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.