ECLI:NL:CRVB:2008:BC5972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over gedeeltelijke WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing belastbaarheid
Appellant, voormalig agrarisch medewerker, viel uit na een val van een dak met een anterieure compressiefractuur. Het UWV kende hem een gedeeltelijke WAO-uitkering toe van 25 tot 35% met ingang van 16 augustus 2004. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV en de rechtbank werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidsdeskundige functies passend waren geselecteerd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn grieven over de vastgestelde belastbaarheid. De Centrale Raad van Beroep toetste het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad onderschreef de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en vond geen aanleiding tot extern medisch onderzoek. Wel oordeelde de Raad dat de functie van inpakker, zoals door de arbeidsdeskundige geselecteerd, onvoldoende concreet was onderbouwd, met name de belasting van staan gedurende de werkdag was te vaag.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, rekening houdend met de motieven van de Raad. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.