ECLI:NL:CRVB:2008:BC6034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging nabestaandenuitkering ANW
Appellant ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) schortte de uitkering op vanwege het ontbreken van salarisspecificaties en stelde later het recht op uitkering over een deelperiode opnieuw vast. Appellant zag aanvankelijk af van zijn recht op uitkering, maar kwam hier later op terug.
De Svb beëindigde de uitkering per 1 februari 2005 wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van 16 maart 2006 waarbij het bezwaar tegen de beëindiging ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen procesbelang zou hebben, nu hij alsnog een uitkering over de periode oktober 2004 tot en met januari 2005 had ontvangen.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte het procesbelang ontkende, dat hij niet gehoord was en dat de Svb geen volledige heroverweging had verricht. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen ander rechtens relevant belang had bij beoordeling van het bestreden besluit, nu de uitkering over de betwiste periode was toegekend. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.