ECLI:NL:CRVB:2008:BC6303

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-7062 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:54 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22, tweede lid, Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht van €105 niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellante deed hiertegen verzet, maar verscheen niet op de zitting.

De Raad overwoog dat appellante in haar verzetschrift alleen inhoudelijk op het geschil met het UWV was ingegaan en geen redenen had aangevoerd waarom het griffierecht niet tijdig was betaald. Er waren geen aanknopingspunten om het verzuim niet tegen haar te kunnen toepassen.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 februari 2008.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

06/7062 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 oktober 2006, 06/223 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna Uwv).
Datum uitspraak: 28 februari 2008
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 30 maart 2007 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellante verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2008, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 30 maart 2007 berust hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22, tweede lid, aanhef en onder a, van de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 105,-- niet binnen de bij de aangetekend verzonden brief van 22 januari 2007 gestelde termijn is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In geding is de vraag of het hoger beroep van appellante terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.
In haar verzetschrift is appellante slechts inhoudelijk op haar geschil met het UWV ingegaan. Zij heeft geen redenen aangevoerd waarom zij het door de Raad geheven griffierecht niet (tijdig) heeft betaald.
De Raad kan in hetgeen in het verzetschrift is aangevoerd dan ook geen aanknopingspunten vinden welke kunnen leiden tot de conclusie dat appellante het verzuim niet kan worden tegengeworpen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter, H.J. Simon en H.J de Mooij als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2008.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) A.C. Palmboom.
IJ