ECLI:NL:CRVB:2008:BC6718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vaststelling duur loongerelateerde WW-uitkering en correctie arbeidsverleden
Appellant kreeg op 28 september 2005 een loongerelateerde WW-uitkering toegekend voor de duur van twee jaar, gebaseerd op een vastgesteld arbeidsverleden. Het UWV had het arbeidsverleden berekend op basis van loondagen in de jaren 1998 tot en met 2004, waarbij het jaar 1999 niet werd meegeteld en twee vakantiedagen in 2002 niet als loondagen werden erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond voor het niet meetellen van 1999, maar handhaafde het besluit voor het overige, waaronder de afwijzing van het meetellen van de vakantiedagen in 2002. Appellant stelde dat het aantal gewerkte weken invloed had op het dagloon, maar de Raad verwierp dit omdat dit niet als bezwaar was ingebracht.
Tijdens het hoger beroep wijzigde het UWV haar standpunt over de vakantiedagen en erkende dat deze dagen meetellen bij de berekening van het arbeidsverleden. Hierdoor berustte het bestreden besluit op een ondeugdelijke grondslag. De Raad vernietigde daarom het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet en bepaalde dat het UWV opnieuw moet beslissen.
De Raad veroordeelde het UWV tevens tot betaling van de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De duur van de loongerelateerde uitkering blijft op basis van het arbeidsverleden van 24 jaar twee jaar.
Uitkomst: Het besluit over de duur van de loongerelateerde WW-uitkering wordt deels vernietigd en het UWV moet opnieuw beslissen.