ECLI:NL:CRVB:2008:BC6764

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-702 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945Ziekenfondswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen berekeningsbeschikking teveel betaalde toeslag ziektekostenpremies

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin een berekeningsbeschikking werd gehandhaafd over de jaren 2002 tot en met 2004. Het betrof een teveel betaalde toeslag voor de door haar betaalde premies voor de ziektekostenverzekering en de daarop berustende voorlopige bijstelling van de periodieke uitkering.

De Raad heeft vastgesteld dat appellante niet voldoende bewijs heeft geleverd dat de betaalde premies daadwerkelijk hoger waren dan de nominale rekenpremie volgens de Ziekenfondswet. De overgelegde bankafrekeningen konden niet ondubbelzinnig aantonen welke premies specifiek voor appellante waren betaald, omdat deze betrekking hadden op gezinsbedragen of andere familieleden. Verweerster had daarom terecht gevraagd om polisbladen, maar appellante weigerde deze te overleggen met het argument dat dit te veel werk zou zijn.

De Raad oordeelde dat verweerster in redelijkheid mocht uitgaan van de nominale ziektekostenpremies en dat er geen grond was voor vernietiging van het bestreden besluit. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de teveel betaalde toeslag ziektekostenpremies wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

07/702 WUV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], (hierna: appellante),
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 6 maart 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante is beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 22 december 2006, kenmerk JZ/U80/2006 (hierna: bestreden besluit), genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 januari 2008. Appellante is daar niet verschenen, terwijl verweerster zich heeft laten vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1. Blijkens de gedingstukken is appellante gelijkgesteld met de vervolgde en als zodanig uitkeringsgerechtigde ingevolge de Wet.
2. Bij het, na bezwaar genomen, bestreden besluit heeft verweerster gehandhaafd het bij berekeningsbeschikking van 30 september 2005 over de jaren 2002 tot en met 2004 voorlopig vastgestelde bedrag van teveel aan appellante betaalde toeslag voor door haar betaalde premies ziektekostenverzekering en de daarop berustende voorlopige bijstelling van de periodieke uitkering. Hierbij is overwogen, kort gezegd, dat appellante de aan verweerster als betaald opgegeven premies niet met bewijsmiddelen heeft gestaafd, zodat uitgegaan dient te worden van de, lagere, nominale rekenpremie ingevolge de Ziekenfondswet.
3. In bezwaar en beroep heeft appellante aangevoerd dat met door haar overgelegde bankafrekeningen wel degelijk afdoende bewijs is geleverd.
4. De Raad overweegt terzake als volgt.
4.1. Ook de Raad heeft moeten vaststellen dat aan de overgelegde bankafrekeningen niet ondubbelzinnig kan worden ontleend welke ziektekostenpremie in de jaren 2002 tot en met 2004 specifiek voor appellante is betaald. De in die afrekeningen genoemde bedragen zijn gezinsbedragen dan wel hebben betrekking op een ander familielid. Daarom is namens verweerster terecht aan appellante gevraagd om de polisbladen van de ziektekostenverzekering, waarin de verschuldigde premies worden gespecificeerd, over te leggen. De door appellante opgegeven reden om die gegevens niet te verstrekken, inhoudende dat het teveel werk is om die bescheiden in een omvangrijke administratie op te zoeken, acht de Raad met verweerster ondeugdelijk. Onder deze omstandigheden heeft verweerster in redelijkheid mogen rekenen met de nominale ziektekostenpremies.
4.2. Gezien het vorenstaande bestaat voor vernietiging van het bestreden besluit geen grond.
5. De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en H.R. Geerling-Brouwer als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.J.H. van Baalen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2008.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) M.J.H. van Baalen.
HD
11.02