ECLI:NL:CRVB:2008:BC6777
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens ontbreken van invaliditeit
Appellant, geboren in 1942 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in 1993 een aanvraag ingediend om erkend te worden als burgeroorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945. Deze aanvraag werd in 1994 afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de eis van lichamelijk en/of psychisch letsel samenhangend met zijn oorlogservaringen, ondanks erkenning van zijn verblijf in een kamp tijdens de Bersiap-periode.
Na een hernieuwde aanvraag in 2006, die eveneens werd afgewezen, stelde appellant beroep in tegen het besluit. Verweerster erkende inmiddels dat appellant psychische klachten had die samenhangen met zijn oorlogservaringen, maar oordeelde dat deze niet leidden tot invaliditeit in de zin van de Wet. Dit oordeel was gebaseerd op medisch onderzoek door arts G. Kho, die een depressieve stoornis NAO vaststelde met beperkte beperkingen in het dagelijks functioneren.
De Raad toetste het besluit terughoudend en vond dat verweerster haar standpunt voldoende had gemotiveerd. Het tegenrapport van psychiater W. Op den Velde, dat een hogere invaliditeit inschatte, werd onvoldoende onderbouwd geacht. Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van invaliditeit in de zin van de Wet.