ECLI:NL:CRVB:2008:BC6887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, oorspronkelijk gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, te herzien naar 55-65% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Rotterdam vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende inzichtelijkheid en toetsbaarheid van de functies waarop de beoordeling was gebaseerd, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV haar klachten onderschatte en dat het gebruikte beoordelingssysteem CBBS onvoldoende transparant was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de medische grieven van appellante voldoende had gemotiveerd en dat de bezwaren tegen het CBBS-systeem niet slaagden. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin het CBBS-systeem als voldoende inzichtelijk en toetsbaar werd beoordeeld. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad achtte geen grond aanwezig voor een proceskostenveroordeling en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 maart 2008.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt verworpen.