ECLI:NL:CRVB:2008:BC6899
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffer Japanse bezetting Nederlands-Indië
Appellant, geboren in 1936 in voormalig Nederlands-Indië, vroeg een periodieke uitkering aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode geïnterneerd was en getuige van wreedheden. Tevens verzocht hij om gelijkstelling met een vervolgd persoon vanwege het overlijden van zijn vader door mishandelingen.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat appellant vrijheidsberoving had ondergaan zoals vereist door de Wet. Ook werd geen gelijkstelling verleend omdat onvoldoende objectieve gegevens het overlijden van de vader als gevolg van vervolging konden bevestigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze afwijzing na zorgvuldig onderzoek, waaronder raadpleging van familie en het Rode Kruis. De Raad oordeelde dat de Bersiap-periode niet onder de Wet valt en dat de omstandigheden van appellant niet gelijkgesteld konden worden met vervolging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs van vrijheidsberoving.