ECLI:NL:CRVB:2008:BC6900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds 26 oktober 2002 arbeidsongeschikt wegens spannings-, duizeligheids- en moeheidsklachten. Het UWV weigerde een WAO-uitkering per 25 oktober 2003 omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende rekening hield met haar gehoorproblemen, visus-, rug- en psychische klachten, dat informatie uit de behandelend sector niet was opgevraagd en dat onterecht geen urenbeperking was aangenomen. Ook werd de geschiktheid voor geselecteerde functies betwist en werd gesteld dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat aanvullende beperkingen, zoals gehoorproblemen, wel waren meegenomen bij de arbeidskundige beoordeling. De visus-, rug- en psychische klachten waren niet onderschat en een urenbeperking was terecht achterwege gelaten. De geschiktheid voor de geselecteerde functies was voldoende onderbouwd en het maatmaninkomen juist vastgesteld. Zelfs bij aanname van ongeschiktheid voor enkele functies bleef de mate van arbeidsongeschiktheid onder 15%. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.