ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8200

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2406 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van WAO-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin haar bezwaar tegen de weigering van een WAO-uitkering werd afgewezen. Het verzoek tot herziening was gebaseerd op een psychiatrisch rapport van dr. H.N. Sno, dat in een latere Ziektewetprocedure was opgesteld.

De Raad oordeelde dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van de eerdere uitspraak. Het rapport van de psychiater bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, maar slechts een andere interpretatie van reeds bekende ziekteverschijnselen.

Het feit dat het UWV de gezondheidstoestand van verzoekster op een later moment mogelijk anders heeft ingeschat, kan niet worden aangemerkt als een nieuw feit dat herziening rechtvaardigt. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten.

Uitspraak

08/2406 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
van de uitspraak van de Raad van 14 maart 2008, 05/6115 (hierna: de aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).
Datum uitspraak: 18 september 2009
I. PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft verzocht om herziening van de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2009. Voor verzoekster is verschenen R.T. van Baarlen, werkzaam bij Fiscount Arbeid en Recht te Zwolle. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Roele.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 4 februari 2004 heeft het Uwv geweigerd aan verzoekster per 25 oktober 2003 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 15% bedroeg.
2. Bij besluit van 31 december 2004 heeft het Uwv het bezwaar van verzoekster tegen voormeld besluit ongegrond verklaard.
3. Het oordeel van de rechtbank Haarlem, die bij uitspraak van 1 september 2005 het tegen dat besluit ingestelde beroep ongegrond verklaarde, is door de Raad bij de aangevallen uitspraak bevestigd.
4.1. Met het verzoek om herziening is beoogd dat de Raad op de aangevallen uitspraak terugkomt.
4.2. Ter onderbouwing heeft verzoekster aangevoerd dat sprake is van nieuw gebleken feiten of omstandigheden van vóór deze uitspraak, waardoor die uitspraak geen stand meer kan houden. In dat kader heeft zij een rapport d.d. 12 maart 2008 in het geding gebracht dat de psychiater dr. H.N. Sno heeft uitgebracht in opdracht van de rechtbank Haarlem in het kader van een (latere) Ziektewetprocedure.
5.1. De Raad oordeelt als volgt.
5.2. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van de feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij de Raad eerder bekend geweest, tot een nadere uitspraak zou hebben kunnen leiden.
5.3. Zoals de Raad al vaker heeft overwogen, bijvoorbeeld in zijn uitspraak van 13 januari 2005, LJN AS3516, is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, eventueel op basis van nieuwe argumenten, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.
5.4. De Raad is van oordeel dat het door verzoekster overgelegde rapport van psychiater dr. Sno geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb bevat. Uit dit rapport blijkt slechts een andere interpretatie van reeds bekende ziekteverschijnselen. Het enkele feit dat het Uwv de gezondheidstoestand van verzoekster per een later moment - mogelijk mede op basis van dit rapport - anders heeft ingeschat, kan niet worden gezien als nieuw feit als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb.
5.5. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2009.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) J.M. Tason Avila.
EK