ECLI:NL:CRVB:2008:BC7034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- R. Kooper
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Geen bijzondere beloning voor OR-lid wegens gebrek aan bijdrage aan teamprestatie
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst en lid van de Ondernemingsraad (OR), was vanwege zijn OR-werkzaamheden volledig vrijgesteld van reguliere werkzaamheden binnen zijn team. Het team ontving een bijzondere groepsbeloning voor bijzondere prestaties, maar appellant kreeg deze niet omdat hij geen noemenswaardige bijdrage had geleverd aan die prestatie. Na bezwaar wees de staatssecretaris het verzoek af en bevestigde de rechtbank dit besluit.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet was uitgenodigd voor de zitting van de rechtbank, waardoor zijn procesbelangen waren geschaad. De Raad oordeelde dat de rechtbank in strijd met de Awb had gehandeld door appellant niet correct te informeren, waardoor het vonnis niet rechtsgeldig tot stand was gekomen en vernietigde het vonnis.
De Raad overwoog dat de staatssecretaris terecht had besloten appellant niet tot de groep te rekenen die de groepsbeloning ontving, omdat appellant geen noemenswaardige bijdrage had geleverd. Ook was er geen sprake van benadeling op grond van artikel 21 WOR Pro, aangezien de vrijstelling juist bedoeld was om appellant in staat te stellen zijn OR-werkzaamheden te verrichten. De Raad veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Appellant ontvangt geen bijzondere groepsbeloning omdat hij geen noemenswaardige bijdrage leverde en er is geen benadeling op grond van artikel 21 WOR.