ECLI:NL:HR:2000:AA5319
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Fleers
- raadsheer Hammerstein
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling benadelingsverbod parttimers in medezeggenschapswerk bij NS
Verzoekster, werkzaam bij NS als parttime reservegroepsleidster en lid van het overlegorgaan van de ondernemingsraad, vorderde een verklaring dat NS het onderscheid tussen NS-uren en medezeggenschapsuren onrechtmatig maakte en dat zij recht had op loonbetaling voor medezeggenschapswerk boven haar contracturen. De kantonrechter wees de verzoeken af, waarna hoger beroep volgde. De rechtbank bekrachtigde het oordeel dat verzoekster niet-ontvankelijk was in haar verzoeken die betrekking hadden op andere werknemers dan haarzelf.
In cassatie betoogde verzoekster dat NS haar benadeelde door niet gebruik te maken van de bandbreedte van haar arbeidscontract (20-32 uur) om voldoende uren voor medezeggenschapswerk toe te kennen. De Hoge Raad oordeelde dat art. 21 WOR Pro waarborgen biedt voor een onafhankelijke positie van medezeggenschapsleden, maar dat het feit dat een parttimer minder uren kan besteden aan haar voorkeurstaken geen benadeling inhoudt. NS is niet verplicht de contracturen uit te breiden om dit mogelijk te maken.
De Hoge Raad verwierp ook het beroep op ongelijke behandeling van parttimers versus fulltimers en van vrouwen versus mannen, omdat deze aspecten niet in de procedure waren behandeld. Het beroep werd verworpen en verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat NS niet verplicht is de contracturen van verzoekster uit te breiden voor medezeggenschapswerk.