ECLI:NL:CRVB:2008:BC7051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- H.G. Rottier
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant, voormalig grondwerker, was arbeidsongeschikt wegens rugklachten en ontving een WAO-uitkering die in 2005 werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid (35-45%). Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij een hernia en psychische stoornis heeft, maar de rechtbank en de Raad oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen die uit de ziekte voortvloeien bepalend zijn, niet de diagnose.
De rechtbank concludeerde dat appellant de hem geduide functies kon vervullen en dat er geen sprake was van een depressief syndroom op de datum in geschil. De Raad onderschreef deze bevindingen en wees erop dat appellant geen bewijs had geleverd van psychiatrische behandeling op die datum. Tevens werd rekening gehouden met medicijngebruik.
De Raad zag geen aanleiding om de belastbaarheid van appellant te herzien en bevestigde de eerdere uitspraak. Wel werd opgemerkt dat indien de psychische toestand verslechtert, appellant een verzoek kan indienen voor verhoging van de WAO-uitkering vanaf die datum.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.