ECLI:NL:CRVB:2008:BC7125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellante, laatstelijk werkzaam als controleuse, ontving een WAO-uitkering die in 2005 werd ingetrokken na een herbeoordeling waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 15%.
De rechtbank had het besluit tot intrekking vernietigd wegens het ontbreken van een deugdelijke motivering, met name omdat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende was onderbouwd. Appellante voerde aan dat haar medische urenbeperking ten onrechte was vervallen en dat haar ziekteverzuim door epilepsie en migraine excessief zou zijn.
De Raad stelt vast dat het UWV het bestreden besluit heeft genomen in strijd met het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd is. De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen vanwege het ontbreken van voldoende inzicht in de omvang van de renteschade en de noodzaak van nadere besluitvorming door het UWV.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 maart 2008.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.