ECLI:NL:CRVB:2008:BC7150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder van maart 1996 tot oktober 1999. In 2001 ontstond het vermoeden dat zij vanaf 1996 samenwoonde met [H.] op haar adres, wat onderzocht werd door de sociale recherche. Het College trok bijstandsuitkering in over de periode juli 1997 tot september 1999 en vorderde de kosten terug wegens gezamenlijke huishouding.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. Uit verklaringen van getuigen, huisbezoek en administratieve stukken blijkt dat [H.] zijn hoofdverblijf had op het adres van appellante en dat zij zorg droegen voor elkaar, onder andere door gezamenlijke uitgaven en vakanties.
Appellante had hierdoor geen recht meer op bijstand als alleenstaande en heeft de inlichtingenplicht geschonden door het bestaan van de gezamenlijke huishouding niet te melden. Het College handelde bevoegd en redelijk bij intrekking en terugvordering van de bijstand. De Raad ziet geen bijzondere omstandigheden voor afwijking van het beleid en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.