ECLI:NL:CRVB:2008:BC7255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- M.C.M. van Laar
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correcte datum beëindiging WAO-uitkering zonder uitlooptermijn
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om per 27 mei 2003 geen WAO-uitkering toe te kennen aan een werkneemster. Na bezwaar werd het eerdere besluit herroepen en werd een uitkering toegekend over de periode van 27 mei 2003 tot 9 februari 2004, met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV een uitlooptermijn had moeten toepassen bij de beëindiging van de WAO-uitkering. De rechtbank wees dit bezwaar af, stellende dat in gevallen waarin een uitkering over een afgesloten periode wordt toegekend, geen uitlooptermijn noodzakelijk is.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat het UWV de juiste datum van beëindiging, 9 februari 2004, heeft gehanteerd. Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard, en de aangevallen uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.