ECLI:NL:CRVB:2008:BC7298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV tot verlaging van zijn WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Hij stelde dat zijn medische beperkingen, met name op psychisch vlak, waren onderschat en verwees naar mogelijke bijwerkingen van medicatie.
De Raad overwoog dat de verzekeringsartsen de beperkingen adequaat hadden vastgesteld en dat de vertaling van deze beperkingen naar het Functionele Mogelijkheden Lijst (FML)-systeem correct was uitgevoerd. De Raad accepteerde het CBBS-systeem als hulpmiddel bij de schatting en vond geen aanleiding een onafhankelijke medische deskundige in te schakelen.
Verder werd geoordeeld dat de bezwaararbeidsdeskundige een afdoende motivering had gegeven voor de arbeidskundige grondslag van het besluit. De Raad verwierp de argumenten van appellant en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Breda.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in aanwezigheid van griffier M.H.A. Uri, op 14 maart 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.