ECLI:NL:CRVB:2008:BC7488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vervoersvoorziening collectief vervoer onvoldoende voor deelname aan het leven van alledag
Appellante, geboren in 1925, vroeg op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) om vervoersvoorzieningen, waaronder een scootmobiel en financiële tegemoetkoming. Het College Ooststellingwerf kende haar een machtiging toe voor 1500 kilometers per jaar collectief vervoer via een gele taxikaart, maar wees de scootmobiel af. Bij bezwaar handhaafde het College dit besluit en gaf een aanvullende blauwe taxikaart voor ritten tot 500 meter.
Appellante stelde dat het systeem onrechtvaardig was omdat voor ritten langer dan 500 meter minimaal vijf kilometer van het tegoed werd afgeschreven, terwijl haar afstanden vaak korter waren dan één kilometer. Hierdoor kon zij feitelijk minder dan 1500 kilometers reizen, wat onvoldoende is om aanvaardbaar deel te nemen aan het leven van alledag.
De Raad oordeelde dat het College met het huidige systeem de ondergrens van de zorgplicht uit de Wvg overschreed. De jurisprudentie stelt dat een vervoersvoorziening in beginsel een bandbreedte van 1500 tot 2000 kilometer per jaar moet bieden. Het College had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat appellante minder kilometers nodig had. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het College veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het College wordt vernietigd omdat het collectief vervoer onvoldoende kilometers biedt voor aanvaardbare deelname aan het leven van alledag.