ECLI:NL:CRVB:2008:BC7492
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1930 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg bij verweerster erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode.
Verweerster wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij direct door oorlogsgeweld was getroffen zoals vereist in artikel 2 van Pro de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. De Raad bevestigde deze afwijzing na onderzoek, waarbij onder meer archieven, historische documenten en getuigenverklaringen werden geraadpleegd.
De Raad stelde vast dat algemene oorlogsomstandigheden en de ontwrichting van het gezinsleven onvoldoende zijn voor erkenning. Ook ontbrak onafhankelijke bevestiging van de door appellant genoemde specifieke incidenten. De verklaringen van getuigen waren niet op eigen waarneming gebaseerd en werden niet doorslaggevend geacht.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in rechte standhoudt, ondanks erkenning van de moeilijke omstandigheden die appellant heeft ervaren. Erkenning is gebonden aan specifieke gebeurtenissen zoals omschreven in de wet. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen.