ECLI:NL:CRVB:2008:BC7508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding kosten bezwaarprocedure tegen correctienota UWV
Appellante maakte bezwaar tegen een correctienota van het UWV over het jaar 1995. Na gegrondverklaring van het bezwaar door het UWV, verzocht appellante om vergoeding van kosten die zij en haar adviseurs hadden gemaakt tijdens de bezwaarprocedure.
De rechtbank oordeelde dat alleen kosten gemaakt tijdens de bezwaarfase in aanmerking komen voor vergoeding en dat de primaire besluitvorming niet tegen beter weten in onrechtmatig was. De rechtbank matigde de vergoeding voor rechtsbijstand van PwC en wees andere kosten af, omdat deze niet duidelijk betrekking hadden op de bezwaarfase.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat het UWV terecht alleen kosten van negen uren tegen een uurtarief van €225 heeft vergoed. Kosten die samenhangen met de inlichtingenplicht en werkzaamheden buiten de bezwaarfase komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het beroep van appellante tegen het besluit van 24 april 2007, waarin het UWV uitvoering gaf aan de uitspraak van de rechtbank, wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van kosten blijft beperkt tot negen uren tegen een uurtarief van €225.