ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Dubbel hoger beroep over vergoeding van kosten in bezwaarprocedure bij UWV
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV inzake premie- en boetenota's uit 1998. In de bezwaarprocedure werden kosten gemaakt voor advocatenkantoren en eigen werkzaamheden. Het UWV vergoedde slechts kosten van één advocatenkantoor en weigerde vergoeding van eigen werkzaamheden en kosten van een tweede advocatenkantoor, omdat professionele rechtsbijstand was ingeschakeld.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende deels gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen over de vergoeding van eigen werkzaamheden, waarbij werd geoordeeld dat het beleid van het UWV ten aanzien van interne kosten niet strookt met jurisprudentie en schadevergoedingsrecht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beleid van het UWV, dat interne kosten niet vergoedt indien professionele rechtsbijstand is ingeschakeld, consistent en begunstigend is en dat het beroep van belanghebbende niet slaagt. Ook is onvoldoende duidelijkheid over de werkzaamheden van het tweede advocatenkantoor. Het hoger beroep van het UWV wordt wel toegewezen, waardoor de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van belanghebbende ongegrond wordt verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en bevestigt dat vergoeding van kosten in de bezwaarfase slechts in bijzondere gevallen mogelijk is. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 juli 2009.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.