ECLI:NL:CRVB:2008:BC7744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- M.C.M. van Laar
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig docent, vroeg een WAO-uitkering aan wegens klachten als vermoeidheid, nek- en rugpijn en tintelingen. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht en geschikt voor zijn maatmanfunctie. Na bezwaar en een aanvullend onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bleef deze conclusie gehandhaafd.
De rechtbank onderschreef het UWV-besluit en stelde vast dat de medische beperkingen van appellant niet voldoende objectief waren om arbeidsongeschiktheid aan te nemen. Psychische klachten werden niet onderbouwd met behandeling of medische gegevens. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant geschikt was voor de maatmanfunctie, die voldoende op de arbeidsmarkt voorkomt.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Raad oordeelde dat het gebrek aan een geregistreerde verzekeringsarts bij de primaire beoordeling was hersteld door het bezwaaronderzoek. De Raad vond geen reden om af te wijken van de eerdere conclusies en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor de maatmanfunctie.