ECLI:NL:CRVB:2008:BC8066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken arbeidsongeschiktheid binnen verzekerde periode
Appellant was tot 27 maart 1992 verzekerd voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen onder de AAW en WAO. Hij diende in 2002 een aanvraag in voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering, stellende sinds 1991 arbeidsongeschikt te zijn. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant niet arbeidsongeschikt was binnen de verzekerde periode en de verzekering was geëindigd bij zijn uitzetting in 1993.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad corrigeerde wel dat de verzekering op grond van ingezetenschap pas eindigde bij uitzetting in juli 1993, en dat mogelijk nawerking van de WAO van toepassing kon zijn.
Desondanks bleek uit het dossier dat appellant zich pas in juli 1993 voor klachten meldde en niet eerder, zodat geen arbeidsongeschiktheid binnen de verzekerde periode was vastgesteld. Eventuele onzekerheid hierover kwam voor rekening van appellant, die zich laat tot het UWV wendde.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank dat appellant geen aanspraak kan maken op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid binnen de verzekerde periode.