ECLI:NL:CRVB:2008:BC8069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onjuiste berekening wettelijke rente en afwijzing immateriële schadevergoeding bij onrechtmatige bijstandsintrekking
Appellanten vorderden schadevergoeding wegens immateriële schade en een correctie van het bedrag aan wettelijke rente na onrechtmatige niet-uitbetaling van bijstand over de periode van 1 oktober 2003 tot 29 december 2003. Het College had reeds een deel van de wettelijke rente toegekend, maar het verzoek tot vergoeding van immateriële schade werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van het College ongegrond en wees het beroep van appellanten af. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij geestelijk letsel hadden geleden dat een vergoeding rechtvaardigt. Daarom werd het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.
De Raad oordeelde echter dat de wettelijke rente onjuist was berekend omdat de bijzondere bijstand pas op 10 maart 2004 was toegekend en deze niet eerder in mindering kon worden gebracht. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor het besluit vernietigd werd. De Raad bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen met correcte rentevergoeding, waarbij de rente vanaf 1 december 2003 moet worden berekend.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellanten voor zowel het beroep als het hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het College opgedragen een nieuw besluit te nemen met correcte rentevergoeding; verzoek immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.