ECLI:NL:CRVB:2008:BC8128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bijstandsuitkering wegens nieuw verblijfsdocument
Appellant ontving sinds december 2002 bijstand, die in april 2003 werd ingetrokken wegens het ontbreken van een geldig verblijfsdocument. Na verschillende aanvragen om bijstand en afwijzingen, verleende de Minister voor Vreemdelingenzaken in november 2004 een verblijfsvergunning aan appellant. Appellant verzocht daarop het College om terug te komen op eerdere besluiten die de bijstand hadden geweigerd.
Het College stelde dat het bezwaar tegen het uitblijven van een besluit ongegrond was omdat reeds inhoudelijk was beslist in een eerder besluit van mei 2005. De Raad oordeelde echter dat dit eerdere besluit niet als een besluit op het verzoek tot herziening kon worden beschouwd en dat het College verplicht was een nieuw inhoudelijk besluit te nemen.
De Raad vernietigde daarom het besluit van december 2005 en de uitspraak van de rechtbank die dit had bekrachtigd. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant. Het nieuwe verblijfsdocument werd als een nieuw feit of bijzondere omstandigheid (novum) aangemerkt, wat een herziening rechtvaardigt.
Uitkomst: Het besluit van 14 december 2005 wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw inhoudelijk besluit te nemen.