ECLI:NL:CRVB:2008:BC8330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellant voerde hoger beroep tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Alkmaar om bijstandskosten terug te vorderen, omdat hij samen met betrokkene een gezamenlijke huishouding zou hebben gevoerd zonder dit te melden.
De sociale recherche stelde een onderzoek in, waarbij onder meer een woningdoorzoeking, verhoren en verklaringen van buurtbewoners plaatsvonden. Uit het onderzoek bleek dat appellant en betrokkene samenwoonden, zorg droegen voor elkaar, gezamenlijke kosten deelden en gezamenlijke vakanties maakten. Ook waren zij elkaars bankrekeninghouder en regelde appellant klusjes in huis.
De Raad oordeelde dat de relatie verder ging dan een zakelijke kamerhuur en kwalificeerde deze als gezamenlijke huishouding in de zin van de WWB. Gezien de niet nagekomen inlichtingenplicht van betrokkene was het College bevoegd de gemaakte bijstandskosten mede van appellant terug te vorderen. De beleidsregel van het College omtrent terugvordering werd als redelijk beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank Alkmaar en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant en betrokkene een gezamenlijke huishouding voerden en dat het College terecht bijstandskosten terugvordert.