ECLI:NL:CRVB:2008:BC8458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor chiropractische behandelingen wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor de kosten van chiropractische behandelingen in 2004, die niet volledig door haar ziektekostenverzekering werden vergoed. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen wees deze aanvraag af op grond van het ontbreken van een medische noodzaak, zoals vastgesteld door een GGD-arts en bevestigd door de huisarts van appellante.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de kosten niet konden worden beschouwd als noodzakelijke kosten van het bestaan in de zin van artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB).
De Raad vond het advies van de GGD-arts zorgvuldig en zag geen aanleiding om dit te betwisten. Er was geen medisch objectiveerbare aandoening vastgesteld die de noodzaak van de behandelingen rechtvaardigde. Daarom werd de aanvraag bijzondere bijstand terecht geweigerd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor chiropractische behandelingen wordt afgewezen wegens het ontbreken van een medisch objectiveerbare aandoening.