ECLI:NL:CRVB:2008:BC8537
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting niet gegrond verklaard
Appellant ontvangt sinds 1989 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In 2004 werd bekend dat de echtgenote van appellant twee bankrekeningen had met aanzienlijke saldi. Het College schortte het recht op bijstand op en vroeg nadere gegevens. Na gedeeltelijke inzage trok het College de bijstand per 1 februari 2005 in wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het saldo op de rekeningen in de relevante periode vrijwel nihil was en appellant aannemelijk heeft gemaakt dat opgenomen bedragen werden gebruikt voor levensonderhoud. De Raad stelt dat het recht op bijstand wel degelijk vast kan worden gesteld.
De Raad vernietigt het besluit van 13 oktober 2005, verklaart het beroep gegrond en beveelt het College een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd.