ECLI:NL:CRVB:2008:BC8576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens werkweigering na burn-out
Appellant was sinds 1994 werkzaam bij de Koninklijke Marine en kampte met burn-outklachten, waardoor hij zich meerdere keren ziek meldde. Na begeleiding en onderzoek door de Dienst Employability en Externe Bemiddeling en het UWV werd vastgesteld dat appellant in staat was zijn werkzaamheden te hervatten. Op 24 mei 2005 kreeg appellant de opdracht om zijn werk op 26 mei te hervatten, met de waarschuwing dat werkweigering zou leiden tot ontslag.
Appellant weigerde echter zijn werkzaamheden te hervatten en werd daarop bij besluit van 12 oktober 2005 disciplinair ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Appellant maakte geen gebruik van de mogelijkheid om zijn zienswijze kenbaar te maken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat appellant willens en wetens zijn arbeid heeft geweigerd ondanks dat hij daartoe geschikt werd geacht. De Raad acht het opgelegde ontslag niet onevenredig, mede omdat appellant expliciet was gewaarschuwd en niet in een opwelling handelde. De Raad wijst ook het beroep van appellant af dat hij mocht verwachten dat ontslag wegens ongeschiktheid zou volgen, omdat de staatssecretaris op grond van het UWV-advies juist op werkhervatting heeft aangestuurd.
Uitkomst: Het disciplinair ontslag wegens werkweigering wordt bevestigd en is niet onevenredig.