ECLI:NL:CRVB:2008:BC8907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding
Appellant heeft in december 2004 een WAZ-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid als zelfstandig vrachtwagenchauffeur, veroorzaakt door vermoeidheids- en psychische klachten. Het UWV weigerde de uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV volgde.
In hoger beroep betoogde appellant dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met zijn ernstige vermoeidheidsklachten, mogelijk veroorzaakt door chronisch vermoeidheidssyndroom en depressie, en dat hij slechts korte tijd achter elkaar kan werken. Tevens stelde hij dat hij al jaren een substantieel deel van zijn werkzaamheden aan zijn echtgenote moest overlaten.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke situatie, met name of appellant al vóór 1 januari 2004 beperkt was in zijn werkzaamheden en of zijn echtgenote toen al een deel van het rijden voor haar rekening nam. Hierdoor was het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd, in strijd met artikel 3:2 en Pro 7:12 Awb. De Raad vernietigde het bestreden besluit en gelastte het UWV tot nader onderzoek en een nieuwe beslissing.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en gebrekkige motivering, met opdracht tot nader onderzoek en nieuwe beslissing.