ECLI:NL:CRVB:2008:BC8927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing
Appellant, die sinds 1999 wegens lichamelijke en psychische klachten niet meer als postbode werkt, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35%, later verhoogd naar 80-100%. In 2005 herzag het UWV deze uitkering naar 15-25% op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit, waarbij de medische beoordeling werd bevestigd, maar de arbeidskundige kant niet opnieuw werd heroverwogen.
Appellant stelde in bezwaar en hoger beroep dat de arbeidsdeskundige beoordeling onjuist was, maar deze werd pas in hoger beroep door een bezwaararbeidsdeskundige uitvoerig onderzocht en bevestigd. De Raad oordeelt dat een volledige heroverweging in bezwaar niet heeft plaatsgevonden, waardoor het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is.
Daarnaast constateert de Raad dat de medische oordeelsvorming twijfelachtig is, mede omdat appellant zich in oktober 2005 ziek meldde en het UWV later de WAO-uitkering verhoogde naar 80-100%. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing.