ECLI:NL:CRVB:2008:BC9193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing korting WAZ en fiscale keuze herinvesteringsreserve
Appellant, een zelfstandig ondernemer in de agrarische sector, ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ. Het geschil betrof de vraag of het UWV terecht de in 2003 vrijgevallen herinvesteringsreserve als inkomsten uit arbeid heeft meegenomen bij de korting van de uitkering, ondanks dat appellant fiscaal een andere keuze had gemaakt.
De Raad overwoog dat de fiscale keuzes van een zelfstandige in beginsel doorslaggevend zijn bij het vaststellen van het inkomen uit arbeid, tenzij bijzondere omstandigheden aantonen dat deze keuzes niet redelijk als uitgangspunt kunnen dienen. In deze zaak was er geen sprake van zulke bijzondere omstandigheden. De fiscale keuze van appellant leidde niet tot een onredelijk resultaat voor toepassing van de WAZ.
De grieven van appellant, waaronder het beroep op artikel 2, tweede lid, van het Inkomensbesluit Waz en het argument van een gestapeld negatief effect, werden verworpen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Zutphen en oordeelde dat het UWV terecht heeft gehandeld. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de vrijgevallen herinvesteringsreserve als inkomsten uit arbeid heeft meegenomen bij de korting van de WAZ-uitkering.