ECLI:NL:CRVB:2008:BC9208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong- en WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem die het UWV in het gelijk stelde bij de weigering van een Wajong-uitkering per 6 september 1988 en een WAO-uitkering per 18 februari 2004. De rechtbank oordeelde dat appellante op beide data onvoldoende arbeidsongeschikt was om aanspraak te maken op deze uitkeringen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en volgt de rechtbank in haar oordeel. De Raad acht de medische gegevens en de schatting van de arbeidsongeschiktheid door het UWV voldoende onderbouwd en sluit zich aan bij de motivering dat de functies waarop de beoordeling is gebaseerd ook in 1988 op de arbeidsmarkt voorkwamen. De Raad verwerpt de grieven van appellante over de CBBS-problematiek en andere aangevoerde omstandigheden.
Ook ten aanzien van de aanspraak per 18 februari 2004 oordeelt de Raad dat de rechtbank terecht concludeerde dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De medische verklaringen die in hoger beroep zijn overgelegd, bieden geen nieuw relevant inzicht. De Raad bevestigt daarmee de aangevallen uitspraak volledig en ziet geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong- en WAO-uitkering wordt bevestigd.