ECLI:NL:CRVB:2008:BC9241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid en onvoldoende onderbouwing Uwv-besluit
Appellante, geboren in 1961, was sinds 1997 arbeidsongeschikt door rug- en psychische klachten. Het Uwv weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen waren toegenomen en dat zij de geduide functies niet kon vervullen.
De Raad oordeelde dat het Uwv onvoldoende had onderbouwd dat er geen toename van beperkingen was na de ziekmelding in 2003. Uit de Functionele Mogelijkheden Lijst bleek juist een toename van beperkingen, met name in staan en torderen. Hierdoor was het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig en moest worden vernietigd.
De Raad vernietigde tevens de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het Uwv een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van appellante, begroot op €1.288,-, en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het Uwv tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv moet een nieuw besluit nemen.