ECLI:NL:CRVB:2008:BC9252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over korting en terugvordering WAJONG-uitkering wegens onvoldoende motivering elektriciteitskosten
Appellante ontving sinds 8 september 1998 een WAJONG-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Het UWV stelde op grond van een anonieme tip en onderzoek vast dat appellante een hennepkwekerij had en daaruit inkomsten had genoten. Het UWV legde een kortingsbesluit en terugvorderingsbesluit op, waarbij de uitkering over de periode 1 april 2003 tot 27 oktober 2003 werd stopgezet en een bedrag van € 5.694,81 werd teruggevorderd.
De rechtbank had geoordeeld dat appellante eigenaar was van de hennepkwekerij, daarin had gewerkt en inkomsten had gegenereerd van € 10.719,90. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij het voordeel van € 5.000,-- had gebruikt om een openstaande elektriciteitsrekening te betalen en dat dit bedrag daarom in mindering had moeten worden gebracht op de inkomsten.
De Raad overweegt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de elektriciteitskosten van € 4.741,56 niet in mindering zijn gebracht op de inkomsten uit arbeid. De Raad sluit zich aan bij de rechtbank dat het inkomen uit arbeid € 10.719,90 bedraagt en verwerpt het betoog van het UWV dat het inkomen € 21.439,80 zou zijn. Gelet hierop kunnen de kortings- en terugvorderingsbesluiten niet in stand blijven en vernietigt de Raad deze besluiten.
De Raad veroordeelt het UWV tevens in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De boete blijft buiten beschouwing omdat daartegen geen specifieke grieven zijn aangevoerd.
Uitkomst: De besluiten van het UWV over korting en terugvordering van de WAJONG-uitkering worden vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de verrekening van elektriciteitskosten.